Gebruikershandleiding

BI Accelerator for Glovia G2

Versie 0.2 — MGYM B.V.

Inhoudsopgave

  1. 1. Wat is de BI Accelerator?
  2. 2. De rapportstructuur
  3. 3. Navigatie
  4. 4. Filters gebruiken
  5. 5. Onderzoeken (drill-through) en interactie
  6. 6. Signaalboodschap en actiekaart
  7. 7. Kleuren en symbolen
  8. 8. KPI-kaarten lezen
  9. 9. Tabellen en werklijsten
  10. 10. Veelgestelde vragen

1. Wat is de BI Accelerator for Glovia G2?

De BI Accelerator for Glovia G2 is een kant-en-klare rapportageoplossing voor de discrete maakindustrie. De rapporten zijn gebouwd in Microsoft Power BI en bieden direct bruikbare analyses op de data die al in uw ERP-systeem zit — zonder dat u zelf rapporten hoeft te bouwen of data hoeft te exporteren.

Van uw Glovia G2-database, via 7 datamarts, naar 50+ rapporten en dashboards. Elk rapport opent met een signaalboodschap die direct vertelt waar de aandacht naartoe moet.

Voorbeeld van een volledig rapport in de BI Accelerator: Inventory Management operationeel niveau met navigatiebalk, signaalboodschap, KPI-strip, tabel en actiekaart.
Voorbeeld: Inventory Management — operationeel niveau, pagina Voorraadbewaking.

1.1 Zeven domeinen

De rapporten zijn georganiseerd in zeven inhoudelijke domeinen. Elk domein dekt een afgebakend bedrijfsgebied:

DomeinOnderwerp
Manufacturing ManagementWerkorderuitvoering, arbeidsproductiviteit, capaciteitsbenutting, resource-optimalisatie
Customer ManagementOmzetanalyse, klantprestaties, ordertrends, verkoopprognoses
Inventory ManagementVoorraadniveaus, omloopsnelheid, veroudering, waardeontwikkeling
Supplier ManagementInkoopanalyse, leveranciersprestaties, spend analysis, kostenbewaking
Product ManagementProductconfiguratie, kostprijsberekening, wijzigingsbeheer
Financial ManagementMulti-site P&L, cost center-analyse, variance reporting, financieel overzicht
Quality ManagementKwaliteitsmetrieken, afkeurpercentages, leverancierskwaliteit, trendanalyse

Daarnaast zijn er crossdomain dashboards die de samenhang tussen domeinen zichtbaar maken, en datakwaliteitsrapportages die inzicht geven in de betrouwbaarheid van uw brondata.

1.2 Drie sturingsniveaus

Elk domein bevat rapporten op drie sturingsniveaus. Zo krijgt iedere laag in uw organisatie precies het inzicht dat past bij de eigen horizon en verantwoordelijkheid:

Strategisch — Richting bepalen. Overzicht en trends voor management en directie. Kwartaal- tot jaarhorizon. „Moeten we hier fundamenteel iets anders doen?"

Tactisch — Bijsturen en prioriteren. Patronen herkennen en tijdig bijsturen. Week- tot maandhorizon. „Waar moeten we komende weken op letten?"

Operationeel — Direct handelen. Concrete actielijsten en dagelijkse monitoring. Dag- tot weekhorizon. „Wat moet ik vandaag doen?"

Via de navigatiebalk bovenaan het rapport kunt u eenvoudig wisselen tussen deze niveaus. Meer hierover leest u in hoofdstuk 3.

2. De rapportstructuur

Alle domeinen volgen dezelfde visuele opbouw. Zodra u één rapport begrijpt, kunt u ze allemaal lezen. Deze consistentie is bewust: het bespaart leertijd en maakt het makkelijk om tussen domeinen te schakelen.

2.1 Vaste onderdelen van een pagina

Elke rapportpagina bevat de volgende vaste elementen, van boven naar beneden:

Navigatiebalk — De witte balk bovenaan het rapport. Hier vindt u de domeinnaam, de knoppen voor het sturingsniveau (Strategisch, Tactisch, Operationeel), indien van toepassing de subdomeinknoppen, themaknoppen en hulpknoppen zoals de leeswijzer. Dit is uw startpunt voor alle navigatie.

De navigatiebalk bovenaan elk rapport met sturingsniveauknoppen, subdomeinknoppen en hulpknoppen.
De navigatiebalk met sturingsniveaus, subdomeinknoppen, themaknoppen en hulpknoppen.

Signaalboodschap — Direct onder de navigatiebalk staat een dynamische zin die de belangrijkste boodschap van de pagina samenvat. De signaalboodschap combineert meerdere KPI's tot één conclusie en beweegt mee met uw filters.

Voorbeeld van een signaalboodschap: een dynamische samenvatting direct onder de navigatiebalk.
De signaalboodschap vat de belangrijkste boodschap van de pagina samen.

KPI-strip — Een horizontale rij van kerngetallen (KPI's) bovenaan de pagina. Het aantal varieert per pagina — van één tot vijf — afhankelijk van wat de analyse nodig heeft. Elk getal toont de huidige waarde en een vergelijking met vorig jaar. De kleuren geven aan of de ontwikkeling positief (groen) of negatief (rood) is. Meer over het lezen van KPI-kaarten vindt u in hoofdstuk 8.

De KPI-strip: kerngetallen met waarde en vergelijking ten opzichte van vorig jaar.
De KPI-strip toont kerngetallen met vergelijking ten opzichte van vorig jaar.

diagrammen en tabellen — Het hoofdgedeelte van de pagina bevat de analyses: diagrammen voor ontwikkelingen over tijd of rangschikkingen, en tabellen voor detailgegevens. De exacte inhoud verschilt per domein en sturingsniveau.

Voorbeeld van het diagram- en tabelgedeelte van een rapportpagina.
diagrammen en tabellen vormen het hoofdgedeelte van elke rapportpagina.

Actiekaart — Onderaan elke pagina vindt u een actiekaart met een gele achtergrond. Waar de signaalboodschap vertelt wat er aan de hand is, vertelt de actiekaart wat u kunt doen.

De actiekaart onderaan een rapportpagina met een concrete aanbeveling op gele achtergrond.
De actiekaart vertelt wat u kunt doen op basis van de getoonde data.
💡 Tip: De opbouw is overal hetzelfde. Als u weet waar de signaalboodschap staat in Supplier Management, weet u het ook in Inventory Management.

De navigatiebalk is uw stuurwiel. Hiermee bepaalt u wat u ziet: welk sturingsniveau, welk subdomein, en of u extra uitleg wilt.

De navigatiebalk is de donkergrijze balk bovenaan elke pagina en is verdeeld in vijf zones:

De navigatiebalk met alle vijf zones gelabeld.
De vijf zones van de navigatiebalk.

3.2 Wisselen tussen sturingsniveaus

Klik op „Strategisch", „Tactisch" of „Operationeel" in de navigatiebalk om van perspectief te wisselen. U navigeert hiermee naar een andere pagina met andere KPI's en analyses, afgestemd op de tijdshorizon van dat niveau.

De actieve knop is visueel gemarkeerd: donkergrijze achtergrond met witte, vetgedrukte tekst. Wanneer u met de muis over een inactieve knop beweegt, verschijnt een oranje hover-effect.

3.3 Subdomeinknoppen

Binnen elk sturingsniveau zijn er subdomeinknoppen die de beschikbare onderwerpen tonen. In Supplier Management op tactisch niveau vindt u bijvoorbeeld tabs voor Leverprestatie, Spend Analyse en Leveranciersscorecard.

De tabs wisselen per sturingsniveau — operationeel heeft andere onderwerpen dan strategisch. De actieve tab is herkenbaar aan dezelfde donkergrijze markering als de sturingsniveauknoppen.

3.4 De leeswijzer

Rechts in de navigatiebalk vindt u een ?-icoon. Klik hierop om de leeswijzer te openen: een overlay die uitlegt wat het doel van de huidige pagina is, welke vragen deze pagina beantwoordt, en hoe u de getoonde informatie kunt interpreteren.

De leeswijzer-overlay rechts in beeld, met uitleg over het doel van de pagina, het sturingsniveau en interactie-instructies.
De leeswijzer geeft per pagina uitleg over doel, KPI's en interpretatie.

De leeswijzer is paginaspecifiek: elke pagina heeft zijn eigen uitleg. U sluit de leeswijzer door opnieuw op het ?-icoon te klikken.

💡 Tip: Bent u nieuw op een pagina? Begin met de leeswijzer. In één oogopslag ziet u waarvoor de pagina bedoeld is en hoe u de informatie leest.

4. Filters gebruiken

Filters bepalen welke data u ziet. Elk rapport bevat een rijke set filters waarmee u de data direct kunt toespitsen op uw situatie — van periode en locatie tot productgroep en leverancier.

4.1 Standaard filters

De meeste pagina's hebben een filterbalk direct onder de navigatiebalk, met daaronder een uitklapbaar filterpaneel. De exacte filters verschillen per domein en per pagina, maar er zijn drie filters die u vrijwel overal terugziet:

Periode — het tijdvenster van de analyse. Standaard is dit het lopende jaar, maar u kunt dit aanpassen naar een specifiek kwartaal of maand.

Bedrijf (Company) — als uw organisatie meerdere entiteiten heeft, kunt u hier kiezen welke u wilt analyseren.

Locatie — de vestiging of het magazijn. Relevant wanneer u meerdere locaties heeft.

Het filterpaneel geopend met selectiemogelijkheden voor Company, Commodity, Make/Buy en Productcode.
Het filterpaneel met meerdere selectiecriteria.

4.2 Verplichte en optionele filters

Sommige filters zijn verplicht: de pagina verwacht dat u een keuze maakt voordat de data zinvol is. Andere filters zijn optioneel: ze verfijnen de analyse maar zijn niet noodzakelijk.

Een verplicht filter herkent u doordat de pagina zonder selectie geen of beperkte data toont. Het filterpaneel geeft dit aan met een standaardselectie of een visuele markering.

4.3 Filters resetten

Wilt u terug naar de standaardweergave? Gebruik de resetknop in het filterpaneel of klik op het gum-icoon naast een filter om die ene selectie te wissen. Alle analyses op de pagina passen zich direct aan.

💡 Tip: Filters werken door op de hele pagina — inclusief de signaalboodschap. Selecteert u een specifieke leverancier, dan gaat ook de signaalboodschap over die leverancier.

5. Onderzoeken (drill-through) en interactie

De rapporten zijn interactief. U kunt doorklikken van samenvattingen naar detail, en visuele elementen gebruiken om tijdelijk te filteren.

5.1 Drill-through: van samenvatting naar detail

Wanneer u in een diagram of tabel een element ziet dat u nader wilt bekijken — bijvoorbeeld een specifieke leverancier of een opvallend getal — kunt u doorklikken naar een detailpagina.

Dat doet u door met de rechtermuisknop op het element te klikken en in het menu Drill-through te kiezen, gevolgd door de naam van de detailpagina. Power BI navigeert u naar die pagina, automatisch gefilterd op het geselecteerde element.

Voorbeeld van de Onderzoeken (drill-through) functie: rechtsklik op een element opent het menu met de optie onderzoeken (drill-through) naar een detailpagina.
Onderzoeken (drill-through): klik met de rechtermuisknop op een element en kies de detailpagina.

5.2 Terug navigeren

Na een onderzoeken (drill-through) verschijnt linksboven op de detailpagina een terugknop (←). Klik hierop om terug te keren naar de pagina waar u vandaan kwam, met uw oorspronkelijke filters intact.

5.3 Cross-filtering

Klik op een balk in een diagram of een rij in een tabel om de rest van de pagina tijdelijk te filteren op die selectie. Dit heet cross-filtering: alle andere visuele elementen op de pagina passen zich aan.

Klik op een leeg gebied in de diagram om de cross-filter weer op te heffen.

6. De signaalboodschap en actiekaart lezen

6.1 De signaalboodschap

Bovenaan elke pagina staat een dynamisch gegenereerde zin die de belangrijkste boodschap van dat moment samenvat. Dit is de signaalboodschap: een automatische conclusie die meebeweegt met de data en uw filters.

De signaalboodschap combineert meerdere cijfers tot één leesbare conclusie. Niet „voorraadwaarde: 39K", maar: „Voorraadwaarde daalt 24% t.o.v. vorig jaar maar veroudering stijgt 170% — afboekrisico groeit mee."

De signaalboodschap is dynamisch, samenvattend en sturend. U weet bij het openen van de pagina direct waar de aandacht naartoe moet, zonder eerst diagrammen te hoeven lezen.

6.2 De actiekaart

Onderaan elke pagina vindt u een vlak met gele achtergrond: de actiekaart. Waar de signaalboodschap vertelt wat er aan de hand is, vertelt de actiekaart wat u kunt doen.

De actiekaart bevat een concrete aanbeveling. Bijvoorbeeld: „Bespreek de 3 leveranciers met dalende leverprestatie in het volgende leveranciersgesprek."

7. Kleuren en symbolen begrijpen

Alle rapporten zijn gebouwd volgens de International Business Communication Standards (IBCS) versie 1.2 — een internationaal erkende standaard voor de visuele presentatie van bedrijfsdata. IBCS zorgt ervoor dat rapporten eenduidig, compact, vergelijkbaar en helder zijn. Als u de kleuren kent, kunt u elk rapport in één oogopslag lezen.

7.1 Het kleurenschema

KleurVoorbeeldBetekenis
DonkergrijsActuele waarden (dit jaar, deze periode)
LichtgrijsReferentiewaarden (vorig jaar)
GroenPositieve afwijking (beter dan referentie)
RoodNegatieve afwijking (slechter dan referentie)

7.2 Actueel en vorig jaar in diagrammen

In diagrammen met een tijdvergelijking ziet u twee reeksen balken naast elkaar:

Donkergrijze balken — werkelijke waarden (actueel). Wat er daadwerkelijk is gerealiseerd.

Lichtgrijze balken — vorig jaar. Dezelfde periode in het voorgaande jaar, als referentie.

Door actueel en vorig jaar naast elkaar te zetten, ziet u in één oogopslag hoe de situatie zich ontwikkelt.

7.3 Variantiediagrammen

Naast de hoofddiagram staat vaak een kleinere diagram die de afwijking toont: het verschil tussen actueel en referentie. Groene balken wijzen omhoog (beter), rode balken wijzen omlaag (slechter). Deze variantiediagram helpt u snel te zien waar de grootste afwijkingen zitten.

Voorbeeld van een variantiediagram: links de hoofddiagram met actueel vs. vorig jaar, rechts de variantiediagram met groene en rode balken.
Links: voorraadwaarde actueel vs. vorig jaar. Rechts: de variantiediagram toont het verschil per maand.
💡 Tip: Onthoud: donkergrijs = nu, lichtgrijs = toen, groen = goed, rood = let op. Meer heeft u niet nodig om de diagrammen te lezen.

8. KPI-kaarten lezen

De KPI-strip bovenaan elke pagina bevat één tot vijf kaarten, afhankelijk van de analyse. Elke kaart volgt dezelfde opbouw:

Close-up van een KPI-kaart: titel bovenaan, waarde in het midden, referentielabel onderaan.
Een KPI-kaart: titel, subtitel, waarde en referentielabel.

Titel — de naam van het kengetal, bijvoorbeeld „Totale spend" of „On-time delivery".

Subtitel — aanvullende context, zoals de periode of het filtercriterium.

Waarde — het getal zelf, groot weergegeven.

Referentielabel — de vergelijking met vorig jaar, weergegeven in Nederlands. Bijvoorbeeld: „Vorig jaar: 42,1 kEUR | +3,2%". Het label toont de referentiewaarde én het verschil. De kleur (groen of rood) geeft de richting aan.

Lees de kaart van boven naar beneden: de titel vertelt u wat, de waarde vertelt u hoeveel, en het referentielabel vertelt u hoe het zich verhoudt tot vorig jaar.

9. Tabellen en werklijsten

9.1 Tabellen lezen

Tabellen tonen detailgegevens met rijen en kolommen. U kunt tabellen sorteren door op een kolomkop te klikken: één klik sorteert oplopend, nogmaals klikken sorteert aflopend.

Sommige kolommen gebruiken kleuren als visueel signaal (conditional formatting). Een cel met een rode achtergrond of rode tekst vraagt aandacht; groen betekent dat de waarde binnen de norm valt. De exacte drempelwaarden verschillen per analyse.

9.2 Operationele werklijsten

Op operationeel niveau vindt u werklijsten: tabellen die ontworpen zijn als actielijst. Ze tonen alle relevante kolommen die u nodig heeft om actie te ondernemen — ordernummers, leveranciersnamen, datums, hoeveelheden.

Werklijsten zijn sorteerbaar en filterbaar. Gebruik ze als uw dagelijkse startpunt: sorteer op urgentie en werk de lijst van boven naar beneden af.

9.3 Gegevens exporteren

Wilt u de data uit een tabel overnemen in uw eigen overzicht? Beweeg met de muis over de tabel en klik op het menu-icoon (…) dat rechtsboven verschijnt. Kies Gegevens exporteren om de tabeldata te downloaden naar bijvoorbeeld Excel.

Voorbeeld van het exporteren van gegevens: klik op het menu-icoon en kies Gegevens exporteren.
Gegevens exporteren: klik op het menu-icoon (…) en kies Gegevens exporteren.

10. Veelgestelde vragen

Ik zie geen data op de pagina

Controleer of u het juiste bedrijf en de juiste periode heeft geselecteerd in de filters. Als er geen data zichtbaar is, kan het zijn dat een verplicht filter nog geen selectie heeft, of dat de data voor de gekozen combinatie niet beschikbaar is.

De cijfers komen niet overeen met wat ik in Glovia G2 zie

De rapporten worden periodiek ververst vanuit Glovia G2. Er kan een vertraging zitten tussen een wijziging in het ERP-systeem en de weergave in het rapport. Controleer het tijdstip van de laatste verversing (zichtbaar in de voettekst of via het info-menu van Power BI). Klopt het verschil structureel? Neem dan contact op met uw beheerder.

Hoe exporteer ik data naar bijvoorbeeld Excel?

Beweeg de muis over een tabel of diagram en klik op het menu-icoon (…). Kies „Gegevens exporteren". Power BI downloadt de onderliggende data als bestand. Let op: de export bevat de data zoals die op dat moment gefilterd is.

Kan ik het rapport delen met een collega?

Dat hangt af van de toegangsrechten die uw beheerder heeft ingesteld in Power BI Service. In de meeste gevallen kunt u het rapport delen via de deelknop rechtsboven in Power BI. Neem bij twijfel contact op met uw beheerder.

Wat betekent het Δ-symbool?

Het Δ-symbool (delta) staat voor „verschil". In de rapporten ziet u het verschil ten opzichte van vorig jaar als onderdeel van het referentielabel, bijvoorbeeld: „Vorig jaar: 42,1 kEUR | +3,2%". Een positieve waarde (+) betekent hoger dan de referentie, een negatieve waarde (–) lager.

Waar vind ik uitleg over een specifiek kengetal?

Gebruik de leeswijzer: klik op het ?-icoon in de navigatiebalk. De leeswijzer legt per pagina uit welke kengetallen getoond worden en hoe u ze interpreteert. Voor de betekenis van individuele termen kunt u de begrippenlijst raadplegen (indien beschikbaar als aparte rapportpagina).

Het rapport laadt traag

De laadtijd kan variëren afhankelijk van de hoeveelheid data en uw netwerkverbinding. Een paar tips: selecteer eerst een specifieke periode of locatie om de dataset te beperken, en vermijd het gelijktijdig openen van veel rapportpagina's.

Kunnen we de rapporten aanpassen?

Ja, volledig. Elk rapport kan worden aangepast — niet alleen welke metingen en KPI's getoond worden, maar ook de visualisatietypes, detailniveaus en drill-downs. Daarnaast kunt u uw eigen huisstijl doorvoeren: kleuren, logo's en opmaak. Neem contact op met uw beheerder of met MGYM voor de mogelijkheden.