1. Wat is de BI Accelerator for Glovia G2?
De BI Accelerator for Glovia G2 is een kant-en-klare rapportageoplossing voor de discrete maakindustrie. De rapporten zijn gebouwd in Microsoft Power BI en bieden direct bruikbare analyses op de data die al in uw ERP-systeem zit — zonder dat u zelf rapporten hoeft te bouwen of data hoeft te exporteren.
Van uw Glovia G2-database, via 7 datamarts, naar 50+ rapporten en dashboards. Elk rapport opent met een signaalboodschap die direct vertelt waar de aandacht naartoe moet.
1.1 Zeven domeinen
De rapporten zijn georganiseerd in zeven inhoudelijke domeinen. Elk domein dekt een afgebakend bedrijfsgebied:
| Domein | Onderwerp |
|---|---|
| Manufacturing Management | Werkorderuitvoering, arbeidsproductiviteit, capaciteitsbenutting, resource-optimalisatie |
| Customer Management | Omzetanalyse, klantprestaties, ordertrends, verkoopprognoses |
| Inventory Management | Voorraadniveaus, omloopsnelheid, veroudering, waardeontwikkeling |
| Supplier Management | Inkoopanalyse, leveranciersprestaties, spend analysis, kostenbewaking |
| Product Management | Productconfiguratie, kostprijsberekening, wijzigingsbeheer |
| Financial Management | Multi-site P&L, cost center-analyse, variance reporting, financieel overzicht |
| Quality Management | Kwaliteitsmetrieken, afkeurpercentages, leverancierskwaliteit, trendanalyse |
Daarnaast zijn er crossdomain dashboards die de samenhang tussen domeinen zichtbaar maken, en datakwaliteitsrapportages die inzicht geven in de betrouwbaarheid van uw brondata.
1.2 Drie sturingsniveaus
Elk domein bevat rapporten op drie sturingsniveaus. Zo krijgt iedere laag in uw organisatie precies het inzicht dat past bij de eigen horizon en verantwoordelijkheid:
Strategisch — Richting bepalen. Overzicht en trends voor management en directie. Kwartaal- tot jaarhorizon. „Moeten we hier fundamenteel iets anders doen?"
Tactisch — Bijsturen en prioriteren. Patronen herkennen en tijdig bijsturen. Week- tot maandhorizon. „Waar moeten we komende weken op letten?"
Operationeel — Direct handelen. Concrete actielijsten en dagelijkse monitoring. Dag- tot weekhorizon. „Wat moet ik vandaag doen?"
Via de navigatiebalk bovenaan het rapport kunt u eenvoudig wisselen tussen deze niveaus. Meer hierover leest u in hoofdstuk 3.
2. De rapportstructuur
Alle domeinen volgen dezelfde visuele opbouw. Zodra u één rapport begrijpt, kunt u ze allemaal lezen. Deze consistentie is bewust: het bespaart leertijd en maakt het makkelijk om tussen domeinen te schakelen.
2.1 Vaste onderdelen van een pagina
Elke rapportpagina bevat de volgende vaste elementen, van boven naar beneden:
Navigatiebalk — De witte balk bovenaan het rapport. Hier vindt u de domeinnaam, de knoppen voor het sturingsniveau (Strategisch, Tactisch, Operationeel), indien van toepassing de subdomeinknoppen, themaknoppen en hulpknoppen zoals de leeswijzer. Dit is uw startpunt voor alle navigatie.
Signaalboodschap — Direct onder de navigatiebalk staat een dynamische zin die de belangrijkste boodschap van de pagina samenvat. De signaalboodschap combineert meerdere KPI's tot één conclusie en beweegt mee met uw filters.
KPI-strip — Een horizontale rij van kerngetallen (KPI's) bovenaan de pagina. Het aantal varieert per pagina — van één tot vijf — afhankelijk van wat de analyse nodig heeft. Elk getal toont de huidige waarde en een vergelijking met vorig jaar. De kleuren geven aan of de ontwikkeling positief (groen) of negatief (rood) is. Meer over het lezen van KPI-kaarten vindt u in hoofdstuk 8.
diagrammen en tabellen — Het hoofdgedeelte van de pagina bevat de analyses: diagrammen voor ontwikkelingen over tijd of rangschikkingen, en tabellen voor detailgegevens. De exacte inhoud verschilt per domein en sturingsniveau.
Actiekaart — Onderaan elke pagina vindt u een actiekaart met een gele achtergrond. Waar de signaalboodschap vertelt wat er aan de hand is, vertelt de actiekaart wat u kunt doen.
3. Navigatie
De navigatiebalk is uw stuurwiel. Hiermee bepaalt u wat u ziet: welk sturingsniveau, welk subdomein, en of u extra uitleg wilt.
3.1 De navigatiebalk
De navigatiebalk is de donkergrijze balk bovenaan elke pagina en is verdeeld in vijf zones:
3.2 Wisselen tussen sturingsniveaus
Klik op „Strategisch", „Tactisch" of „Operationeel" in de navigatiebalk om van perspectief te wisselen. U navigeert hiermee naar een andere pagina met andere KPI's en analyses, afgestemd op de tijdshorizon van dat niveau.
De actieve knop is visueel gemarkeerd: donkergrijze achtergrond met witte, vetgedrukte tekst. Wanneer u met de muis over een inactieve knop beweegt, verschijnt een oranje hover-effect.
3.3 Subdomeinknoppen
Binnen elk sturingsniveau zijn er subdomeinknoppen die de beschikbare onderwerpen tonen. In Supplier Management op tactisch niveau vindt u bijvoorbeeld tabs voor Leverprestatie, Spend Analyse en Leveranciersscorecard.
De tabs wisselen per sturingsniveau — operationeel heeft andere onderwerpen dan strategisch. De actieve tab is herkenbaar aan dezelfde donkergrijze markering als de sturingsniveauknoppen.
3.4 De leeswijzer
Rechts in de navigatiebalk vindt u een ?-icoon. Klik hierop om de leeswijzer te openen: een overlay die uitlegt wat het doel van de huidige pagina is, welke vragen deze pagina beantwoordt, en hoe u de getoonde informatie kunt interpreteren.
De leeswijzer is paginaspecifiek: elke pagina heeft zijn eigen uitleg. U sluit de leeswijzer door opnieuw op het ?-icoon te klikken.
4. Filters gebruiken
Filters bepalen welke data u ziet. Elk rapport bevat een rijke set filters waarmee u de data direct kunt toespitsen op uw situatie — van periode en locatie tot productgroep en leverancier.
4.1 Standaard filters
De meeste pagina's hebben een filterbalk direct onder de navigatiebalk, met daaronder een uitklapbaar filterpaneel. De exacte filters verschillen per domein en per pagina, maar er zijn drie filters die u vrijwel overal terugziet:
Periode — het tijdvenster van de analyse. Standaard is dit het lopende jaar, maar u kunt dit aanpassen naar een specifiek kwartaal of maand.
Bedrijf (Company) — als uw organisatie meerdere entiteiten heeft, kunt u hier kiezen welke u wilt analyseren.
Locatie — de vestiging of het magazijn. Relevant wanneer u meerdere locaties heeft.
4.2 Verplichte en optionele filters
Sommige filters zijn verplicht: de pagina verwacht dat u een keuze maakt voordat de data zinvol is. Andere filters zijn optioneel: ze verfijnen de analyse maar zijn niet noodzakelijk.
Een verplicht filter herkent u doordat de pagina zonder selectie geen of beperkte data toont. Het filterpaneel geeft dit aan met een standaardselectie of een visuele markering.
4.3 Filters resetten
Wilt u terug naar de standaardweergave? Gebruik de resetknop in het filterpaneel of klik op het gum-icoon naast een filter om die ene selectie te wissen. Alle analyses op de pagina passen zich direct aan.
5. Onderzoeken (drill-through) en interactie
De rapporten zijn interactief. U kunt doorklikken van samenvattingen naar detail, en visuele elementen gebruiken om tijdelijk te filteren.
5.1 Drill-through: van samenvatting naar detail
Wanneer u in een diagram of tabel een element ziet dat u nader wilt bekijken — bijvoorbeeld een specifieke leverancier of een opvallend getal — kunt u doorklikken naar een detailpagina.
Dat doet u door met de rechtermuisknop op het element te klikken en in het menu Drill-through te kiezen, gevolgd door de naam van de detailpagina. Power BI navigeert u naar die pagina, automatisch gefilterd op het geselecteerde element.
5.2 Terug navigeren
Na een onderzoeken (drill-through) verschijnt linksboven op de detailpagina een terugknop (←). Klik hierop om terug te keren naar de pagina waar u vandaan kwam, met uw oorspronkelijke filters intact.
5.3 Cross-filtering
Klik op een balk in een diagram of een rij in een tabel om de rest van de pagina tijdelijk te filteren op die selectie. Dit heet cross-filtering: alle andere visuele elementen op de pagina passen zich aan.
Klik op een leeg gebied in de diagram om de cross-filter weer op te heffen.
6. De signaalboodschap en actiekaart lezen
6.1 De signaalboodschap
Bovenaan elke pagina staat een dynamisch gegenereerde zin die de belangrijkste boodschap van dat moment samenvat. Dit is de signaalboodschap: een automatische conclusie die meebeweegt met de data en uw filters.
De signaalboodschap combineert meerdere cijfers tot één leesbare conclusie. Niet „voorraadwaarde: 39K", maar: „Voorraadwaarde daalt 24% t.o.v. vorig jaar maar veroudering stijgt 170% — afboekrisico groeit mee."
De signaalboodschap is dynamisch, samenvattend en sturend. U weet bij het openen van de pagina direct waar de aandacht naartoe moet, zonder eerst diagrammen te hoeven lezen.
6.2 De actiekaart
Onderaan elke pagina vindt u een vlak met gele achtergrond: de actiekaart. Waar de signaalboodschap vertelt wat er aan de hand is, vertelt de actiekaart wat u kunt doen.
De actiekaart bevat een concrete aanbeveling. Bijvoorbeeld: „Bespreek de 3 leveranciers met dalende leverprestatie in het volgende leveranciersgesprek."
7. Kleuren en symbolen begrijpen
Alle rapporten zijn gebouwd volgens de International Business Communication Standards (IBCS) versie 1.2 — een internationaal erkende standaard voor de visuele presentatie van bedrijfsdata. IBCS zorgt ervoor dat rapporten eenduidig, compact, vergelijkbaar en helder zijn. Als u de kleuren kent, kunt u elk rapport in één oogopslag lezen.
7.1 Het kleurenschema
| Kleur | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| Donkergrijs | Actuele waarden (dit jaar, deze periode) | |
| Lichtgrijs | Referentiewaarden (vorig jaar) | |
| Groen | Positieve afwijking (beter dan referentie) | |
| Rood | Negatieve afwijking (slechter dan referentie) |
7.2 Actueel en vorig jaar in diagrammen
In diagrammen met een tijdvergelijking ziet u twee reeksen balken naast elkaar:
Donkergrijze balken — werkelijke waarden (actueel). Wat er daadwerkelijk is gerealiseerd.
Lichtgrijze balken — vorig jaar. Dezelfde periode in het voorgaande jaar, als referentie.
Door actueel en vorig jaar naast elkaar te zetten, ziet u in één oogopslag hoe de situatie zich ontwikkelt.
7.3 Variantiediagrammen
Naast de hoofddiagram staat vaak een kleinere diagram die de afwijking toont: het verschil tussen actueel en referentie. Groene balken wijzen omhoog (beter), rode balken wijzen omlaag (slechter). Deze variantiediagram helpt u snel te zien waar de grootste afwijkingen zitten.
8. KPI-kaarten lezen
De KPI-strip bovenaan elke pagina bevat één tot vijf kaarten, afhankelijk van de analyse. Elke kaart volgt dezelfde opbouw:
Titel — de naam van het kengetal, bijvoorbeeld „Totale spend" of „On-time delivery".
Subtitel — aanvullende context, zoals de periode of het filtercriterium.
Waarde — het getal zelf, groot weergegeven.
Referentielabel — de vergelijking met vorig jaar, weergegeven in Nederlands. Bijvoorbeeld: „Vorig jaar: 42,1 kEUR | +3,2%". Het label toont de referentiewaarde én het verschil. De kleur (groen of rood) geeft de richting aan.
Lees de kaart van boven naar beneden: de titel vertelt u wat, de waarde vertelt u hoeveel, en het referentielabel vertelt u hoe het zich verhoudt tot vorig jaar.
9. Tabellen en werklijsten
9.1 Tabellen lezen
Tabellen tonen detailgegevens met rijen en kolommen. U kunt tabellen sorteren door op een kolomkop te klikken: één klik sorteert oplopend, nogmaals klikken sorteert aflopend.
Sommige kolommen gebruiken kleuren als visueel signaal (conditional formatting). Een cel met een rode achtergrond of rode tekst vraagt aandacht; groen betekent dat de waarde binnen de norm valt. De exacte drempelwaarden verschillen per analyse.
9.2 Operationele werklijsten
Op operationeel niveau vindt u werklijsten: tabellen die ontworpen zijn als actielijst. Ze tonen alle relevante kolommen die u nodig heeft om actie te ondernemen — ordernummers, leveranciersnamen, datums, hoeveelheden.
Werklijsten zijn sorteerbaar en filterbaar. Gebruik ze als uw dagelijkse startpunt: sorteer op urgentie en werk de lijst van boven naar beneden af.
9.3 Gegevens exporteren
Wilt u de data uit een tabel overnemen in uw eigen overzicht? Beweeg met de muis over de tabel en klik op het menu-icoon (…) dat rechtsboven verschijnt. Kies Gegevens exporteren om de tabeldata te downloaden naar bijvoorbeeld Excel.
10. Veelgestelde vragen
Ik zie geen data op de pagina
Controleer of u het juiste bedrijf en de juiste periode heeft geselecteerd in de filters. Als er geen data zichtbaar is, kan het zijn dat een verplicht filter nog geen selectie heeft, of dat de data voor de gekozen combinatie niet beschikbaar is.
De cijfers komen niet overeen met wat ik in Glovia G2 zie
De rapporten worden periodiek ververst vanuit Glovia G2. Er kan een vertraging zitten tussen een wijziging in het ERP-systeem en de weergave in het rapport. Controleer het tijdstip van de laatste verversing (zichtbaar in de voettekst of via het info-menu van Power BI). Klopt het verschil structureel? Neem dan contact op met uw beheerder.
Hoe exporteer ik data naar bijvoorbeeld Excel?
Beweeg de muis over een tabel of diagram en klik op het menu-icoon (…). Kies „Gegevens exporteren". Power BI downloadt de onderliggende data als bestand. Let op: de export bevat de data zoals die op dat moment gefilterd is.
Kan ik het rapport delen met een collega?
Dat hangt af van de toegangsrechten die uw beheerder heeft ingesteld in Power BI Service. In de meeste gevallen kunt u het rapport delen via de deelknop rechtsboven in Power BI. Neem bij twijfel contact op met uw beheerder.
Wat betekent het Δ-symbool?
Het Δ-symbool (delta) staat voor „verschil". In de rapporten ziet u het verschil ten opzichte van vorig jaar als onderdeel van het referentielabel, bijvoorbeeld: „Vorig jaar: 42,1 kEUR | +3,2%". Een positieve waarde (+) betekent hoger dan de referentie, een negatieve waarde (–) lager.
Waar vind ik uitleg over een specifiek kengetal?
Gebruik de leeswijzer: klik op het ?-icoon in de navigatiebalk. De leeswijzer legt per pagina uit welke kengetallen getoond worden en hoe u ze interpreteert. Voor de betekenis van individuele termen kunt u de begrippenlijst raadplegen (indien beschikbaar als aparte rapportpagina).
Het rapport laadt traag
De laadtijd kan variëren afhankelijk van de hoeveelheid data en uw netwerkverbinding. Een paar tips: selecteer eerst een specifieke periode of locatie om de dataset te beperken, en vermijd het gelijktijdig openen van veel rapportpagina's.
Kunnen we de rapporten aanpassen?
Ja, volledig. Elk rapport kan worden aangepast — niet alleen welke metingen en KPI's getoond worden, maar ook de visualisatietypes, detailniveaus en drill-downs. Daarnaast kunt u uw eigen huisstijl doorvoeren: kleuren, logo's en opmaak. Neem contact op met uw beheerder of met MGYM voor de mogelijkheden.